Goede overwinning op Huizum, DCH 1 op de vijfde plaats

Zonder de sterspelers Rein van der Pal en Erwin Heslinga bleek DC Huizum
in Harderwijk niet opgewassen tegen ons eerste. DCH boekte een regelmatige overwinning, zij het met het kleinst mogelijke verschil, en klom op naar plaats vijf in de Hoofdklasse A.

De wedstrijd tegen Huizum begon met twee remises. Fred Elgersma speelde
met een sterk centrum tegen Tjalling van den Bos maar het evenwicht werd
in deze partij niet echt verbroken. Egbert van Hattem kende een moeilijke opening tegen Sietse Nagel. De witspeler ging echter niet vol voor eigen kansen (17.40-35) maar dook met wit naar veld 15. In het vervolg stond juist zwart makkelijker, zeker toen wit ook nog naar veld 16 vluchtte. Blijkbaar was toen de energie van de zwartspeler op. Na een teleurstellende ruil ging hij niet meer voor de winst, en eindigde ook deze partij na 41 zetten. Ook Henry Offenga en Piet Bouma hielden elkaar in evenwicht, en René Schaafsma wist de gevaarlijke witte aanval van Jan Adema met een tijdig offer zo goed als te neutraliseren. Tussenstand: 4-4.

De eerste overwinning kwam op naam van Niek Kuijvenhoven. Hij kwam al
vlot op positioneel voordeel (doordat wit een ongelukkige binding aanging van 27 en29) maar voelde de hele partij de druk van de klok, omdat tegenstander Anne Piet Kooistra snel en actief bleef spelen. Maar een afgedwongen peperdure doorbraakcombinatie bleek teveel van het goede.

De wedstrijdoverwinning kreeg gestalte toen Gerwin van der Meer zijn ontsnappingskunsten weer liet zien. Hoewel zwartspeler Anton Schotanus
dreigend doorkwam en zeer snel naar dam liep, wist Gerwin het hoofd koel
te houden en ook de damlijn te bereiken. Een tweede zwarte dam was onvoldoende voor winstkansen tegen de witte dam en vijf witte schijven.

Jan Hendrik Kok beleefde een zware middag tegen Waylon Poot die het
initiatief in een wederzijdse flankpartij overtuigend naar zich toe wist
te trekken, mede door het ontbreken van de zwarte schijf op 2. Binnen
een paar zetten pakte wit het centrum erbij en wist de duimschroeven aan
te draaien. Met een sterk plan trok de witspeler de winst overtuigend
naar zich toe: 7-7.

Het grote pluspunt van deze wedstrijd was dat er door de Harderwijkers
winstkansen werden gecreëerd. Dat betaalde zich uit in het vierde en
vijfde uur. Jan Willem Hoeve had goede bordkansen in het klassiek-achtige afspel waarbij zwart last had van een achtergebleven schijf op 15 en zich toch op de een of andere manier door de korte vleugel van wit moest zien te wurmen. Die weg vond hij in de partij ternauwernood, en daarmee stelde hij de remise veilig.

Ook de stand van Ruurd Wuestman zag er zeer gezond uit. In een dunne
stand wist hij tegenstander Bart Visser nog tot het uiterste te dwingen,
door het centrum te veroveren en een snelle weg naar dam te vinden.
Hoewel de zwartspeler de lange lijn beheerste, zeer ver opgerukt was
naar een tweede dam en ook de diagonaal 47-15 nog met de dam bezette,
bleek winst niet meer mogelijk. Wit hield het hoofd koel en snoepte
zwart de vierde schijf op het laatste moment nog af.

Bij de derde florissante stand was het wel raak. Kees de Jong zat tevreden achter het bord en kroonde zich tot matchwinner. Na een lange aanvankelijk gelijk opgaande strijd, pakte hij de aanval tegen Marcel de Vries. Kees liet zien dat zijn kracht in de tweede partijhelft groot is. De eerst nog rustige flankcentrum stand groeide tussen de 40e en 50e zet aan tot stormkracht. Een zwaar offer moest eraan te pas komen voor zwart om door te breken. Hoewel de witte schijven schijnbaar kwetsbaar in het midden stonden bereikten ze door het zorgvuldige spel van Kees veilig de overkant.

Snelle voorsprong, ruime winst op “020 II”

In het Go-centrum van Amstelveen waren de schakers aan het verhuizen,
maar de dammers van 020 I en II speelden hun laatste wedstrijd in dit gebouw (dat gaat sluiten) tegen respectievelijk Rijnsburg (met Jan van der Star in de gelederen) en ons eerste. Waar 020 I met 11-9 won, won DCH met 7-13. In het eerste van “020” speelden de sterke gebroeders Jan Pieter en Wiebo Drost mee, waardoor de Harderwijkers een belangrijk voordeel hadden in hun strijd tegen het tweede.

De wedstrijd begon voortvarend. Egbert van Hattem opende wederom de score. Tegenstander Bob Out had geen zin in een saaie middag en plaatste een vroege voorpost met wit op 23. Aan de zwartspeler de lastige taak om deze op te peuzelen of te omsingelen. Mochten die twee plannen niet lukken dan zou hij onder de voet worden gelopen. Out ging een risicovolle binding aan met zijn randveld op 35 en moest voorzichtig handelen. Lange tijd deed hij dat behoorlijk, maar dit had blijkbaar veel van zijn krachten gevergd. Hij liep in een simpele 2 om 3, en kon opgeven nog voordat het eerste rijtje van het notatiebiljet vol was.

De voorsprong van Harderwijk liep vervolgens snel op. Niek Kuijvenhoven
toonde overtuigend aan dat Ricardo Bona zijn lange vleugel wat al te frivool liet hangen. Hij zocht expansie in het centrum, maar de twee voorposten lieten zich niet tegelijkertijd verdedigen. Na een ‘schijnbeweging’ van Niek (die een foutzet leek te willen uitvoeren) werd zwart resoluut zoek gespeeld. Het werd zelfs 6-0 door Gert-Jan Hoeve die veel techniek liet zien. Met fraai spel omklemde hij in de tweede partijhelft het witte veld op 29, terwijl wit aan de andere kant naar de rand moest vluchten en vervolgens ook daar vastliep. Geen ontkomen meer aan voor wit die kansloos verloor.

Jan Hendrik Kok speelde een voor zijn doen zeer vredelievende partij, tegen Hans van den Heuvel die tot de sterkere spelers van “020 II” behoort. Geen onnodig verlies tegen de sterkeren, was de teamopdracht waarmee de spelers van DCH 1de ring in waren gegaan. Jan Hendrik gaf de zwartspeler daarom geen enkele hoop op een positief resultaat en drong zelf ook niet al te hard aan: 7-1. De partij tussen Kees de Jong en Frank Zwerver ging lange tijd gelijk op, totdat zwart toch duidelijk te passief vervolgde. Kees nam
initiatief in het centrum, schoof brutaal op naar veld 17 en had bovendien een parade paraat toen zwart hem weer wilde terugdringen aan de andere kant van het bord. In het eindspel kon de zwartspeler het hem niet echt meer moeilijk maken.

Het tiende punt werd binnengehaald door René Schaafsma die tegen internationaal meester bij de vrouwen, Laura Ratniece, weloverwogen speelde en stapje voor stapje het initiatief pakte. Na een minder nauwkeurige move pakte de zwartspeelster het initiatief echter resoluut over en drong gevaarlijk aan op de korte vleugel van wit. Voldoende voor een serieuze winstpoging was het echter niet waarna de vrede op zet 59 werd getekend.

Tegen Kenny Kroon pakte Joras Ferwerda in de tweede partijhelft weldegelijk het centrum. De witspeler moest alle zeilen bijzetten om dreigend schijfverlies of een snelle doorbraak te voorkomen. Dat lukte hem maar half. Nog net een tijdig offertje terug verzekerde wit de remise uiteindelijk.

Het elfde punt was binnen en dat was goed voor de gemoedrust van de DCH-spelers die al klaar waren en toeschouwer waren. Ruurd Wuestman had zich in de opening namelijk al ernstig vergist en keek vanaf de negentiende zet tegen een schijf achterstand aan. Er restte wit niet anders dan zo actief en centrum/flank-aanval gericht te spelen, in de hoop dat zwart geen winst wist af te dwingen. Echter, zwart behaalde een eindspel met grote materiële voorsprong. Ruurd koos voor een langzame weg naar dam, maar wel met garantie op controle van de lange lijn en slimme, indirecte controle over de zwarte schijf aan de andere kant van het bord. Zwart zag geen mogelijkheden om met de schijven over te steken, en moest in remise berusten.

Dat liep dus goed af, maar dat gold niet voor Jan Willem Hoeve tegen Tijmen Stobbe. Die had rond de veertigste zet remise aangeboden omdat zwart wel erg mooi op het centrum stond (maar van echt beslissend voordeel leek nou ook weer geen sprake). Jan Willem negeerde het aanbod maar kwam door sterk formatiespel van wit eigenlijk meteen in het gedrang. Tien zetten later stond juist zwart aan de rand en wit in het centrum. Stobbe maakte het fraai af. Toen zwart stuk voor stuk moest inleveren om nog op dam te komen, gaf hij op.

De ervaren Gerrit Tigchelaar van “020” toonde aan dat zijn sterke centrum makkelijk bestand was tegen de omtrekkende zwarte stand die bovendien uit het lood stond. Wit floepte door de zwarte korte vleugel en stond snel op dam. De verdedigende resources van zwart leken zo goed als uitgeput, maar op miraculeuze wijze haalde Gerwin toch nog een punt binnen en bepaalde de eindstand op 13-7. Met 7 uit 6 staat DCH op een gedeelde, geruststellende 6e/7e plek in Hoofdklasse A.

Wiebelig spel, toch twee cruciale punten

Goed doordrongen van het belang van de wedstijd, gingen de dammers van
DCH 1 de thuiswedstrijd in tegen Hijken DTC 2, ook bekend als Drents
Tiental. Bij verlies zou de strijd tegen degradatie het team de rest van
het seizoen achtervolgen, bij winst kunnen de spelers zich blijven
verheugen op een kleine stunt, en de sterkste hoofdklasseteams
zenuwachtig maken.

Tegen Hijken bleken de marges weer eens klein. Uiteindelijk verscheen de
kleinst mogelijke winst op het schoolbord, een mooi gezicht omdat ook
DCH 2 met dezelfde cijfers won: 11-9. Toch was de overwinning verre van
‘regelmatig’ te noemen.

De middag begon in ieder geval overtuigend met winst van Egbert van
Hattem op Jaap Knipper. Tegen de aanbevelingen van zijn ploeggenoten
tijdens de voorbespreking in, werd het toch een puur klassieke partij.
Maar de zwartspeler kon met een handigheidje – waar anderen dachten dat
hij een blunder beging – zijn lange vleugel sneller in het spel brengen
dan zijn tegenstander. Die leek zijn achtergebleven schijf op 46
uiteindelijk goed in het spel te brengen, maar zonder gevaar was dat
allerminst. Zwart kreeg zonder al veel weerwerk de stand op het bord
waarop hij hoopte en die hij als gevaarlijk voor wit had getaxeerd. De
witspeler trapte meteen in het zetje waar het toch een beetje om draaide
en verloor kansloos.

Vervolgens scoorde Henry Offenga een schone remise, van exact 40 zetten,
tegen de sterke Henk Kalk die zich niet liet verleiden tot een
‘vingerzetje’ waar Henry nog wel even stilletjes op had gehoopt. De
tussenstand werd echter gelijkgetrokken door Bert Dollekamp die Fred
Elgersma klopte die steeds meer met zijn tijd worstelde. Lang lukte het
de zwartspeler om de witte centrumstand voldoende in bedwang te houden
en de achtergebleven schijf op 15 niet te zwaar tegen zich te laten
wegen. Toch werd dit gecombineerde stellingprobleem in de tijdnoodfase
zijn ondergang: 3-3.

Kees de Jong hield het hoofd koel in een defensieve middenspelpositie.
Door nauwkeurig en optimistisch – de toeschouwers maakten zich meer
zorgen dan hijzelf – te spelen oogde de slotstand zelfs gelijkwaardig.
Jan Willem Hoeve liet in zijn partij tegen Rob Knevel aanvankelijk fraai
aanvalsspel zien, maar deze sloeg, na een verkeerde afslag, niet goed
door. De witte schijven op de korte vleugel kwamen niet op tijd los.

Na deze plusremise wist Gerwin van der Meer toch nog een puntje binnen
te halen tegen Rik Smit. In een mooie hekstellingpartij trok zwart
uiteindelijk aan het langste eind die met een schijf meer een
macro-eindspel in ging. Na een kleine onnauwkeurigheid kon Gerwin de
witte dam gebruiken om de gevaarlijke zwarte schijf op 36 af te ruilen.

Vervolgens was het aan Joras Ferwerda om een ontsnappingsremise op het
bord te brengen. In een klassieke stand kreeg wit een beetje druk en
betrad het kerkhofveld. Joras trapte prompt in een pijnlijk eenvoudig
zetje van wit naar veld 6, ten koste van één schijf. Normaal gesproken
ruim voldoende voor winst, maar Joras bleef naar redding zoeken. Met een
verrassende tegencombinatie – waarbij hij zijn tegenstander een tweede
dam gaf – glipte zwart naar remise.

Nee, de toeschouwers hadden geen gemakkelijke middag, maar vooralsnog
liep alles wonderwel af. Niek Kuijvenhoven kreeg in het late middenspel
goed vat op tegenstander Harry de Groot en haalde de punten vervolgens
resoluut binnen en bracht DCH zowaar op een voorsprong: 9-7.

Maar de overwinning leek nog ver weg. Jan Hendrik Kok stond net als twee
weken op het verre randveld, met wit op 15. Meervoudig NK-finalist Jacob
Okken bracht hem zwaar in de verdediging. Maar Jan Hendrik had goed
gezien dat zijn witte schijf op veld 30 beter stond dan op veld 25,
zoals twee weken terug tegen Paul Everloo. Deze kon desgewenst nog
richting centrum of geofferd worden voor een doorbraak. In de partij
plaatste Okken een giftig offertje, maar Jan Hendrik hoefde niet lang na
te denken. De meerslagregel redde hem fraai: 10-8.

Eén wedstrijdpunt was in ieder geval al binnen, maar dat het er twee
zouden worden had niemand meer echt gedacht. Ruurd Wuestman speelde
aanvankelijk positioneel sterk tegen Berend Plijter. De zwarte aanval
leek het helemaal te gaan maken, maar de stand was erg combinatierijk.
‘Op een gegeven moment ging het me duizelen,’ zei Ruurd na afloop. Hij
overzag een slagmogelijkheid en de aanvalsstand veranderde in een ruïne.
Plijter deed vervolgens lange tijd alles goed. Met de moed der wanhoop
speelde zwart door en werd op het allerlaatst alsnog beloond door een
black-out van de witspeler die zijn drie witte schijven eigenhandig
blokkeerde en niet meer over de tric-trac kon krijgen. DCH haalde twee
wedstrijdpunten binnen en mag brutaal gaan denken aan een plek in het
linkerrijtje.

Nijverdal net streepje sterker

In de hoofdklasse A zijn de krachtsverschillen soms erg klein. Net als
twee weken terug tegen het Noorden deed het eerste team zichzelf met een
wedstrijdpunt te kort. Werd het in Groningen tegen Het Noorden 10-10, in
Harderwijk gingen de spelers uit Nijverdal met de kleinst mogelijke
winst terug naar huis: 9-11.

De eerste uitslag op het witte bord was meteen al een nul. Ruurd
Wuestman verloor van de sterke Rienk van Marle na een niet zo fijne
middag achter het bord. Was het idee om met wit naar veld 6 te ruilen
nog wel goed, de combinatie met de ruil naar 29 was dat niet. De
zwartspeler wist zich goed raad met deze twee aanknopingspunten in de
witte stelling en dreigde die te wurgen. Ruurd verdedigde zich zeer
creatief door een schijnoffer te plaatsen dat op het eerst gezicht
absoluut niet door de beugel leek te kunnen. De zwartspeler weerstond de
verleiding echter om meteen een dam te nemen en speelde gewoon
ijzersterk strategisch verder. De doorbraak door wits lange vleugel ging
zo snel dat het tot een serieuze tegenaanval niet meer kwam.

De tweede score was ook een lichte tegenvaller voor het team. Niek
Kuijvenhoven slaagde erin om tot een mooie centrumaanval te komen en
combineerde die met een sterke bezetting van het kerkhofveld. De ervaren
Herman Damman stopte echter op tijd met ruilen en zocht actieve tegenkansen aan de bordranden. Dat lukte zo goed dat de remise al snel
binnen was.

Egbert van Hattem haalde met overzichtelijk centrumspel de twee punten
binnen tegen John Drees die positoneel gezond spel liet zien maar toch
te passief speelde. Daarna ging de wedstrijd lange tijd gelijk op. Joras
Ferwerda en Ronny Koop speelden een gelijkwaardige remise, en ook Jan
Willem Hoeve haalde een punt binnen tegen Marinus Morsink. De witspeler
uit Nijverdal is een geboren aanvalsspeler en wist langzaam maar zeker
tot een flankcentrumaanval te komen die er goed uitzag. Jan Willem
verdedigde zich echter overtuigend en had een fraaie truuk in petto voor
de witspeler. In een grappige slagkeus-stand maakte hij goed gebruik van
zetdwang en de meerslagregel, waarna wit eieren voor zijn geld moest
kiezen.

Daarna kwamen de Harderwijkers op achterstand. Kees de Jong vond
wereldtopper Artem Ivanov tegenover zich. Die liet zich bovendien van
zijn beste kant zien. Eerst toonde Ivanov aan dat de witte centrumstand,
hoe sterk die er ook uitzag, weldegelijk kwetsbaar was voor een halve
hekstelling. Met een fraaie zet die tegen alle intuïtie ingaat (9-14)
voerde de zwartspeler de druk verder op en dreigde tot een omknelling te
komen. Daar moest wit rekening mee houden en deed dat ook. Toen kwam de
tweede strategie – plan B of was het toch plan A? – uit de verf: zwart
won met een vernietigende aanval. Een leerzame partij om eens na te
spelen (zelfs door Bert Foppen).

Ook Henry Offenga en Michel Koop kwamen tot een gelijkwaardige remise.
Eerst leek wit het betere van het spel naar zich toe te trekken en de
zwartspeler bood dan ook remise aan. Henry ging toch voor de winst maar
was in het vervolg juist degene die zich nauwkeurig moest verdedigen.
Het witte overwicht bleek optisch bedrog, en zwart kwam gevaarlijk door.
Terwijl Koop alvast de vier volgende sterke zetten van zijn tegenstander
noteerde op zijn notatiebiljet, werd de vrede getekend toen deze
inderdaad door Henry op het bord werden gebracht.

Toch leek het allemaal nog goed te komen. Gerwin van der Meer ging er
vol voor in zijn partij tegen Harrie Hoonhorst, gedurfd aanvallend en de
spanningen opzoekend. Zwart brak de aanvallen af en dreigde zelfs tot
een korte vleugel opsluiting te komen. Maar Gerwin had scherp gezien dat
zijn sterke centrum zich daarvoor zou behoeden. Toen zwart nog een keer
terugmoest was het teveel van het goede. Wit maakte korte metten en won.

Fred Elgersma speelde een uitstekende partij tegen de sterke Bill Neven.
Al vanaf het begin pakte de zwartspeler het centrum en gaf zijn controle
niet meer weg. Neven verdedigde zich nauwkeurig, kwam nooit echt in
gevaar en sleepte een overtuigende remise uit het vuur.

Toen kwam het lot te liggen bij de allesbeslissende partij tussen Jan
Hendrik Kok en Paul Everloo. Via een omweg kwam Jan Hendrik met wit tot
een gedurfde Kellerachtige aanval. Die leek lange tijd heel goed, maar
de zwartspeler werkte aan een eigen plan. Hij wist op zijn korte vleugel
‘contact’ te maken met de verre randschijf op 36 en nestelde zich
comfortabel op veld 27. Daarna sloeg het stellingbeeld helemaal om. Het
was zwart die met een klein offer het centrum overpakte, en nu was het
wit die zich zwaar moest verdedigen. Dat leek lange tijd goed te lukken.
Ook de collega teamgenoten hadden lange tijd alle vertrouwen in de witte
tegenkansen, maar Paul Everloo verraste met een paar sterke manoeuvres.
Wit bleek helemaal niet te kunnen ruilen richting dam maar moest zwaar
offeren. Hij wist nog wel de middellijn te bezetten maar de zwarte
overmacht was te groot. Met een fraai slot serveerde hij de partij en de
teamwedstrijd uit: 9-11.

DCH gelijk tegen Het Noorden Groningen

Afgelopen zaterdag stond er voor het eerste team van DCH een uitwedstrijd in en tegen Groningen in het programma. Het Noorden is een club met veel sterke spelers op de lijst dus was het een wedstrijd waar met enige spanning naar werd uitgekeken. Het tiental dat uiteindelijk tegenover de Harderwijkers zat, was echter een stuk minder sterk dus er lagen absoluut kansen.

De eerste overwinning was voor Niek Kuijvenhoven die het te ambitieuze spel van zijn jeugdige tegenstander Tamar Visser vakkundig afstrafte. Helaas werd de voorsprong vrij snel teniet gedaan doordat Ruurd Wuestman zich positioneel liet overklassen door Martijn de Jong. Daarna moest Gerwin van der Meer het onderspit delven tegen de sterke Rene Wypkema die Gerwin combinatief wist te verrassen. Op de overige borden waren de standen echter zodanig dat de Harderwijkers goede hoop hadden op een overwinning.

Jaap van der Werfhorst hield keurig stand tegen Jan van Meggelen en bereikte een puntendeling. Joras Ferwerda leek op een positionele overwining af te stevenen tegen Owen Donkers maar zag een combinatie over het hoofd waarmee zijn tegenstander kon ontsnappen. Kees de Jong stond onder druk tegen Gedion van Eiken en moest zelfs een schijf prijsgeven maar wist toch de remisehaven te bereiken.

Fred Elgersma speelde een prima partij tegen Bert de Jong en had de winst voor het grijpen maar speelde net niet secuur genoeg en zag de partij in remise eindigen. Jan Henrik Kok speelde tegen invaller Yneke Goerres en zag zich voor de lastige taak om een forse ratingvoorsprong in winst om te zetten. Zijn tegenspeelster hield moedig stand en ook Jan Hendrik had niet zijn dag en liet een eindspelwinst aan zich voorbij gaan.

Met deze uitslag liep de spanning op want ook Gert Jan Hoeve had een positioneel fraaie stand in rook zien opgaan door een fraai offer van zijn tegenstander Floris van Tol. Een nederlaag voor de Harderwijkers dreigde maar Jan Willem Hoeve hield zijn hoofd koel en hield het voordeel dat hij had opgebouwd tegen Jakob Pronk stevig vast en won zijn partij.

Met deze uitslag kwam de eindstand op 10-10 en werd de lange thuisreis aanvaard met gemengde gevoelens. Waar vooraf getekend zou worden voor 1 punt was het idee toch wel dat er hier meer eer te behalen was geweest. Over twee weken staat er een thuiswedstrijd tegen Nijverdal op het programma waar Harderwijk kunnen proberen meer rendement te halen uit de energie die in de partijen wordt gestopt.

Sinderen stoot Harderwijk uit de Gelderse Beker

Afgelopen maandagavond wist het bekerteam zich niet te plaatsen voor de 3e ronde. Nadat de opstellingen bekend werden was al snel duidelijk dat we op 3 borden op papier betere kansen zouden krijgen. Maar kansen zijn nog geen punten!

Op bord 1 speelde Jan Willem Hoeve tegen Gert Wisselink en kreeg met veel moeite een kettingstelling op het bord. Gert wist uit deze stelling te ontsnappen om vervolgens eenvoudig zijn doel te behalen.

Kees de Jong speelde voor de winst tegen Chris Grevers een spannende opsluitingspartij. Op het moment dat Kees een offer plaatste, om vervolgens geforceerd te willen winnen, zag hij een ontsnappingsmogelijkheid over het hoofd. Met een schijf achter en een beroerde stand kwam hij nog dicht bij de remise, maar Chris speelde het vervolgens foutloos uit.

Het derde bord werd bezet door Fred Elgersma die het op moest nemen tegen de beste speler van Sinderen Han Seinhorst. Fred kwam goed uit de startblokken en kreeg een goede stand op het bord met de betere kansen. Han onderkende het gevaar en besloot door middel van een omsingeling tegenspel te bieden met een wat gelukkig eindspel tot gevolg.

Op het laatste bord nam Joras Ferwerda het op tegen Jan Seinhorst. Joras wist tegen deze routinier helaas geen vuist te maken waardoor er een zeer vlakke partij ontstond met remise als gevolg.

Met een 6-2 nederlaag keerde het team na een lange avond terug huiswaarts.

Hoe het toch nog goed kwam: DCH 1 promoveert weer naar Hoofdklasse.

De dammers van DCH 1 was het bij de teambespreking vooraf goed
ingepeperd: het gaat spannend worden tegen het op papier sterkere team
van DC Lent. Wat er ook gebeurt, blijf ervoor gaan!

Daar was niks teveel aan gezegd. Bovendien ging het allemaal veel anders
dan de scenario’s die je vooraf kon bedenken. Hoofd opstelling, Kees de
Jong, was vooraf gematigd optimistisch over de paring zoals die uit de
hoge hoed was gekomen: alle gevaren (uitslag 0 of 1 punt) en kansen
(uitslag 1 of 2 punten) bij elkaar optellend, zouden we een goede kans
moeten maken. Maar al snel bleek dat die logica in dit beladen duel
onder hoogspanning niet opging.

De wedstrijd begon rustig met twee remises. Joras Ferwerda hield het
spel overzichtelijk tegen Joppe Lemmen, en Henry Offenga slaagde er niet
in constructieve kansen te creëren tegen de degelijke Eep van Maanen.

Daarna zorgde Lent-speler voor een pijnlijke verrassing. Hij strafte een
grote fout van captain Niek Kuijvenhoven af en doorbrak daarmee alle
gunstige scenario’s voor de Harderwijkers.

Vervolgens speelde Gerwin van der Meer met wit in een spannende
Roozenburg-partij remise tegen Willem van den Berg. De zwartspeler
slaagde er niet in de kwetsbaar ogende voorpost van Gerwin serieus te
bedreigen, en het leek er even op dat de partij zou gaan kantelen in
wits voordeel. Maar de zwartspeler maakte ruim op tijd handig gebruik
van de meerslagregel met een gelijkwaardige remise als resultaat.

Nadat René Schaafsma zijn meerdere moest erkennen tegen de uiterst
geconcentreerd spelende en sterke Gert van Willigen, zag het er wel erg
somber uit voor de toeschouwers van Harderwijk die één voor één
binnendruppelden. Vaste speler van het eerste, Jaap van de Werfhorst,
had zijn plek in deze promotiewedstrijd afgestaan aan Henry Offenga. Tot
grote waardering van zijn teamgenoten was hij er vanaf het allereerste
begin bij om iedereen aan te moedigen al voordat ze de arena betraden.
Het toeschouwen viel Jaap zwaarder dan het spelen, zei hij na afloop
grappend. In de elf competitiewedstrijden had Jaap een prima score van
14 punten bij elkaar gespeeld, en zo een grote bijdrage geleverd aan de
tweede plaats in de Eerste Klasse A.

Twee overwinningen uit vijf partijen waren nog nodig om een
sneldam-barrage af te dwingen. De hoop daartoe werd levend gehouden door Kees de Jong en Ruurd Wuestman. De Jong hield de aanvalsdrift van 1300+ speler Maarten Nas in toom. Kees liet de zwartspeler te gemakkelijk in de aanval komen. Met de nodige ruilacties in combinatie met een paar
handig getimede tempozetjes, redde de witspeler het uiteindelijk
overtuigend.

Ruurd Wuestman volgde het goede voorbeeld door Steven Wijker (bijna 1400 rating) miraculeus op remise te houden. Ruurd scoorde zijn zoveelste
blauwe uitslag van het seizoen. Hij gaf daarmee een vervolg aan de
ongekende seizoensprestatierating (van 1365) tijdens de competitie.
Tegen Wijker viel Ruurd wel goed aan maar hij vluchtte met zwart toch
naar het randveld 36. Het werd een hachelijke stand omdat aan de andere
bordhelft wit de positie beheerste. In het diepe eindspel, in een drie
om drie, gaf Ruurd twee schijven weg om met zijn schijf op 9 tussen alle
linies door precies op tijd de damlijn te bereiken. Wijker probeerde het
drie om één dammeneindspel nog te winnen maar dat lukte natuurlijk niet.

Terwijl bijna niemand meer op een wonder rekende, gebeurde dit toch. Het
sprankje hoop werd flink aangewakkerd toen Jan Willem Hoeve won van Rob Everts. Die had de partij met fris aanvalsspel beheerst, en leek in een
zeven om zeven stand de winst voor het oprapen te hebben. De witspeler
vergiste zich echter en beide spelers braken met een bord vol schijven
door, na een handig tijdelijk offertje van Jan Willem. Dit bracht de
witspeler alsnog aan het wankelen. Hij liet zijn dam afnemen en Jan
Willem liet zijn dam vervolgens goed z’n werk doen. Daarmee kwam de
tussenstand op: 7-9.

Op de borden 9 en 10 streden Jan Hendrik Kok en Egbert van Hattem toen
nog om de laatste vier wedstrijdpunten. Jan Hendrik speelde de mooiste
partij van de dag en leek geen last te hebben van de zenuwen. Hij kreeg
zijn favoriete opening op het bord. Jan Hendrik kent de
openingsvarianten in de Roozenburg als geen ander, maar merkte dat ook
tegenstander Jan Jacobs daar goed van op de hoogte was. Er volgde een
Drost-variant plus het bekende tegenoffer. De witspeler beschermde zijn
verre voorpost sterk en streefde naar verdere ondersteuning van de
aanval. Dat lukte. Jan Hendrik speelde daarbij zeer nauwkeurig waarbij
hij bijna al zijn beschikbare tijd investeerde in het juiste tempo bij
een ruil. Even leek hij tegen een reglementaire nederlaag aan te lopen
toen de klok geen minuut bijtelde, en de luttele seconden wegtikten.
Gelukkig kon dit voorval in goed overleg worden opgelost. Met vaste hand
speelde Jan Hendrik de stelling vervolgens naar winst: 9-9.

Voor de wedstrijd had teamgenoot Fred Elgersma vanuit Japan – waar hij
op zakenreis was – de speler alvast extra sterkte gewenst die bij de
stand van 9-9 nog achter het bord zou zitten. Dat was Egbert van Hattem
die tegen Chris Roeleven in een vol eindspel was verwikkeld, met grote
winstkansen voor de Harderwijkse zwartspeler. Die had een aantal zetten
daarvoor remise aangeboden nadat hij erg was geschrokken dat hij niet
meer snel tot hergroepering van zijn centrum kon komen. In de partij
bleek dat euvel minder erg dan het leek. In een klassieke stand speelde
zwart schijf 4 rustig richting 24 waarna de logge witte vleugel toch
zwakker bleek dan de zwarte ontwikkelingsvoorsprong. Wit betrad het
kerkhofveld op een moment dat de omstandigheden daarvoo niet erg
florisant waren. Wit moest zwaar offeren om door te breken. De
zwartspeler gaf de witspeler daarbij nog een extra mogelijkheid tot
slaan omdat hij wel geloofde in het afspel en hij zijn tegenstander aan
het denken wilde houden. Het eindspel dat ontstond kwam er allengs beter
uit te zien voor zwart. Eerst kon Egbert gratis een extra schijf oprapen
omdat wit geen dam mocht halen op straffe van damvangst. Het materiële
voordeel van zwart was groot maar zijn schijvenblok stond midden op het
bord. Zwart maakte een paar keer handig gebruik van de meerslagregel en
kwam telkens weer een stapje verder. En toen was het ineens afgelopen.
Wit wilde de losgespeelde zwarte stukken met de dam bedreigen maar had
niet gezien dat zwart zijn dam kon offeren om dan ook de witte af te
pakken. Wit kon nog doorlopen maar het was uit. Zwart kon wit
teruggooien was veel sneller weer op dam. De zwartspeler kon een
stormvloed van felicitaties in ontvangst nemen, en DCH 1 was
gepromoveerd.

DCH 1 wint met 13-7, tweede in de Eerste Klasse A

De laatste thuiswedstrijd tegen BDV Borne werd met duidelijke cijfers
gewonnen: 13-7. Toch hadden de Harderwijkers her en der wat moeite met
de spelers uit Borne en Almelo die niet helemaal in hun sterkste
formatie naar Harderwijk waren gekomen.

Het begin van DCH was in ieder geval zeer overtuigend. Jan Hendrik Kok
liet zijn ervaren tegenstander Leo Springer – groots eindspelkenner, en
zoon van wereldkampioen Benedictus Springer – de hele middag zweten. Een afwikkeling van de zwartspeler in de opening was bepaald ongelukkig te noemen. Directe schijfwinst leverde het Jan Hendrik niet op, maar wel
duurzaam initiatief: de zwarte korte vleugel was log en veel te zwaar
bezet. Jan Hendrik zocht zijn heil dan ook aan de andere kant, en met
voorbeeldig geduld kreeg een winnende doorbraak steeds meer vorm. Zwart
verdedigde nog creatief, maar zijn tegenacties waren niet voldoende.

Daarna volgde een reeks remisepartijen die stuk voor stuk avontuurlijk
te noemen waren. Henry Offenga kon ervaren hoe soepel, snel en sterk
Gertjan Kolsté kan spelen. Een speltype met een zwarte schijf op 36
switchte naar een ‘lage opsluiting’ van zwarts korte vleugel. Die moest
nauwkeurig spelen omdat wit ook op het centrum overwegend stond. Daarin slaagde de zwartspeler uiteindelijk goed door nauwkeurig spel. Het
leverde een gelijkwaardig slot op.

In een wederzijdse flankpartij werd Jan Willem Hoeve uitgenodigd om een
damzet te nemen die met gelijk aantal stukken teruggewonnen kon worden.
De witspeler sloeg bovendien creatief en leek duidelijk initiatief te
krijgen. Maar de zwartspeler bezette direct het centrumveld toen dat
mogelijk was. Dat bleek een goede keuze. Wit leek nog kansen te krijgen
in een klassiekje, maar ook daar had tegenstander Michiel Hagreis een
voldoende antwoord op. Ook hier een gelijkwaardige remise.

Gerwin van der Meer creëerde een perspectiefvolle centrumaanval, maar
kwam net niet tot doorslaggevend voordeel. Bovendien staat tegenstander
Jan Bosch bekend als een handige speler, zo ook nu. De tegenactie was
nadelig voor zwart, maar voldoende voor een punt.

Van de vier remises achter elkaar had René Schaafsma de beste opgelegde kansen. Vanuit zijn andere hobby, schaken, heeft René geleerd dat actief spel de meeste kansen biedt. Daarop probeert hij zijn stijl aan te passen. En met succes. Terwijl de zwartspeler op twee gedachten bleef hinken en zich niet kon ontwikkelen, speelde wit frank en vrij op het centrum en viel aan over rechts. Dat leidde tot een levensgevaarlijke doorbraak. Met gebruikmaking van de meerslagregel bleef de zwartspeler in de partij wonder boven wonder op de been. Maar analyses achteraf toonden aan dat wit wel degelijk de winst had kunnen pakken.

De tweede winst kwam van Egbert van Hattem die wel goed stond tegen
Gerald Krol, maar van beslissend voordeel wilde het maar niet komen. Een
paar pogingen om de partij vroegtijdig op te blazen mislukten: de zwart
speler trapte er niet in. Bovendien wist die met een actieve centrumzet
zijn lange vleugel veel vaart te geven terwijl de schijven 1 en 2 aan de
andere kant van het bord een onneembare vesting vormden voor de
witspeler. Toch speelde Krol de schijf op 2 toch nog te vroeg op, anders
was remise probleemloos geweest voor hem. In de partij stoomden de
vooruitgeschoven witte op en was het alsnog snel gedaan: 8-4 als
tussenstand.

Een centrumstand omsingelen blijft moeilijk. Dat ondervond Fred Elgersma
tegen Roelof-Jan de Haan. De witspeler had zijn centrumaanval via 23 op
de lange vleugel allesbehalve optimaal ondersteund. Zwart kwam er mooi
omheen, maar de witspeler slaagde erin een paar van zijn schijven nog
verder naar voren te dirigeren zonder dat ze in de gevarenzone kwamen.
Ook hier dus remise.

Wel tot winst, en fraai ook, kwam Jaap van Werfhorst, tegen witspeler
Frank Krijnen. Jaap speelde actief op de korte vleugel, maar de
witspeler hapte niet toe en speelde compact en op het centrum gericht.
Ook bezette hij veilig het aanvalsveld 24. Toch bleef de zwartspeler er
in geloven. Na een hergroepering was het mooi om te zien hoe zwart met
een centrumactie de witte stand wist te splitsen. De druk op het witte
centrum werd te groot en zwart triomfeerde na een geduldige doorbraak
overtuigend.

Ten slotte nog twee remises. Kees de Jong begon wat passief tegen
witspeler Nico Rosink. Er ontstond een speltype met een witte schijf op
15 en een witte centrumstand die bovendien ondersteund werd door
bezetting van veld 27. Zwart gebruikte zijn formaties goed en er volgde
een totale omkering in de partij waarbij het zwart was die via veld 22
het centrum overnam. Wit offerde zelfs op een manier waar computerprogramma Kingsrow jaloers op zou kunnen zijn. De situatie die
toen ontstond was heel curieus. Zwart kon langdurig niet doordrukken
vanwege een plakkertje. Uiteindelijk volgde toch iets soortgelijks en
was het aan alle kanten remise.

Ruurd Wuestman tenslotte scoorde een blauwe uitslag, maar dit keer niet
in zijn voordeel. Tegenstander Jan Koerselman pufte en steunde de hele
partij en daar was ook alle reden toe. Zwart kreeg initiatief en hield
de partij kansrijk gaande. Toch gaf wit geen krimp. Hij bleef compact
spelen en ondanks de zwarte schijf meer in het eindspel zat er geen
winst voor hem in.

Egbert van Hattem.