eindigen. Ons Eerste maakte het heel spannend, maar de missie van de Arnhemmers slaagde wel. Evengoed eindigde Ons Eerste dit seizoen op een
verdienstelijke derde plaats in de Eerste Klasse B.
na (17-22!) combineert zwart altijd naar 50, hoe wit ook slaat. Die vlieger ging niet op en wit speelde tot de 24e zet logisch tegen de
ietwat logge aanvalsstand van zwart. 24.39-34 beter geweest dan het opspelen van de belangrijke schijf op 49. Daarna ging het snel
bergafwaarts met wit. Op de 26e zet had zwart al een onoverzichtelijke dam kunnen nemen met 27-32. Waarschijnlijk enigszins geschrokken besloot
witspeler Bergsma zelf om een dam te nemen. Maar hij had de consequenties niet scherp doorgerekend. Hij was in de veronderstelling
de zwarte dam af te kunnen pakken, maar was even vergeten dat de zwarte dam doorslaat via 35×32 en hem daarna in veiligheid brengt. Goed gezien
van Jan Hendrik die snel zijn winstpunten op het scorebord kon bijschrijven.
Arnhem had dus een paar geweldenaren meegenomen, en daar behoorde voormalig NK-finalist Maarten Linssen zeker bij. Hij won aan bord 1 van
Fred Elgersma die zich niet onbetuigd liet en een Roozenburg-opstelling op het bord bracht. Begrijpelijkerwijs koos Fred met wit voor 21.50-45
omdat de twee-om-twee naar veld zes (via 36-31 en 26-21) voordeliger lijkt voor zwart, en omdat 21.39-34 wel erg gewaagd is (maar ook wit
enkele mooie combinatiemogelijkheden biedt, zo blijkt uit de analyse). Het resulteerde in een stelling waarin Linssen met zwart aan een mooie
aanval kon werken: van echte druk op de zwarte voorpost is geen sprake. Fred ruilde zo actief mogelijk de aanval van het bord, maar stond toch
ongemakkelijk. Zwart bemachtigde de velden 24 en 23, en kwam snel aan zijn punten omdat wit een 3-om-2 toeliet.
Kon deze nederlaag min of meer ingecalculeerd worden, dat gold niet voor het verlies van Ruurd Wuestman tegen Arnout Mossink. De laatste maakte
het de witspeler vanaf het begin lastig en speelde consequent met veel formaties en een sterke korte vleugel tegen de witte stand met een verre
randschijf op 15. Ruurd had op de 39e zet eindelijk het centrum kunnen pakken met 39.33-28, maar liet die kans voorbij gaan. Daarna wordt het
alleen maar moeilijker om nog op het centrum te komen. Zo verliest 40.38-32? (19-23), 41.33-28 behalve positioneel ook al vanwege meteen
41.26-31! met een slag naar 42 als resultaat. In nood gedreven ging Ruurd op de 41e zet jammerlijk in de fout.
Jan Willem Hoeve slaagde er in de punten veilig te stellen tegen de sterke Michael Palmer die met zwart duidelijk met voordeel uit de
opening was gekomen. Het zag er niet naar uit, maar Jan Willem slaagde er toch in om het aanvalsveld 24 te bemachtigen. Daarvoor moest hij wel
al zijn verdedigende reserves aanspreken. Hoewel zwart de korte vleugel van wit leeg speelde, verdedigde Jan Willem zich succesvol. Hij trapte
bovendien niet in het verraderlijke 43.33-28 waarna zwart stijlvol zou hebben toegeslagen met 43.36-41 met een sierlijke meerslag. Ondanks het
visuele overwicht van zwart was het na enkele zetten toch gelijkwaardig remise.
Auke Steensma werd de trotse topscorer van het Ons Eerste met een fantastische score van 12 punten uit acht duels. In zijn partij tegen
Sander Neutel ging hij er weer vol voor en bouwde een grootscheepse aanvalsstand op: eerst via het kerkhofveld 29 en later gesteund door 28,
terwijl wit vol inzette op een omsingeling. De objectieve waarde van de stelling is lastig te geven. In plaats van aan te vullen met 20.17-22
(waarna wit waarschijnlijk sterk 40-34×34 had geruild), volgde het scherpe 20.29-34×34: helemaal naar voren in de witte geledingen. Met dit
intermezzo bleef de zwarte aanval in leven maar toch was zijn stand gevaarlijk. Gelukkig speelde wit te snel 27.27-21. Na 27.38-32 was zwart
zeer beperkt geweest in zijn zetten. Op (3-8) of (5-10) volgt dan sterk 27-22! waarna de zwarte stelling opgerold dreigt te worden. Op 27.28-33
speelt wit wel sterk 28.27-21! en zwart moet secuur zijn schijf op 33 verdedigen, met de beste kansen voor wit. In de partij twijfelde de
zwartspeler niet en bracht met een tijdelijk offer zijn korte vleugel tot leven. Na neutralisatie volgde na de vele avonturen een
gelijkwaardige remise.
Jeugddammer Pim Arts van Arnhem speelde met wit rechtstreeks op een hekstelling af tegen Ton Eekelschot die lang nauwkeurig moest laveren.
Zo moest zwart oppassen voor de foutzet 34.2-8? Dan volgt (zie Toernooibase) geraffineerd 30-25 en na het gedwongen 20-24×24 het
genadeloze 38-32!, en zwart heeft geen goede zet meer. In de partij wist zwart de hekstelling van het bord te krijgen maar bouwde met 41.14-19?
vervolgens onvoorzichtig op. Na de 2-om-2 is er ineens weinig meer te doen tegen de aanval op schijf 23. Daarom had 41.2-8 gemoeten. Dan kan
zwart na diezelfde ruil wel 7-12 spelen welke in de partij niet mogelijk was.
De winst voor Arnhem werd binnengehaald door Jan Riesthuis tegen Joras Ferwerda. Hij had met zwart op de 9e zet beter 15-20! kunnen spelen
waarna wit meer last heeft van de lelijke binding van de schijven 27 en 29. In de partij loste wit dat probleem op waarna klassieke structuren
het spel bepaalden. Een tweede moment om voordeel te pakken voor zwart deed zich voor op zet 36. Na de ruil naar 21 had zwart sterk 36.11-16
kunnen spelen (met druk op de de schijf, mocht zwart naar 22 willen ruilen). Maar Joras dirigeerde zijn schijf de andere kant op, met
aanvankelijk prima spel. 45.9-14? was echter erg onnauwkeurig (beter: sterk 45.16-21!). In de partij liep het met een sisser af. Natuurlijk
ging wit op zet 46 naar 27 maar hij zag niet het offer: 47.26-21 en daarna oplopen met 48.30-25.
Kees de Jong sloot het seizoen af met een overwinning op Marco de Koning. Na een onregelmatig begin besloot Kees tot een flankaanval die
echter niet goed ondersteund was. De zwartspeler speelde lange tijd sterk en bouwde zet na zet zijn voordeel uit. Cruciaal voor zwart was de
stand op de 48e zet. Met 48.13-19 of ook 48.18-23 had hij zijn voordeel kunnen behouden, met goede vooruitzichten op winst. Het slimme offer
48.28-33 was ook een goed idee, maar werkte net niet: zwart mist één tempo om wit vast te zetten (hij zou op zet 55 graag twee keer achter
elkaar hebben gespeeld). Balen voor zwart, maar 55.17-22? was wel echt fout. Hier had 55.14-19 gemoeten met een duidelijke remise, want zwart
loopt vroeg of laat door. In de partij gaf wit vroeg op. De stelling schijnt nog remise te zijn volgens analyses op Toernooibase. De
eindstand werd daardoor 7-9.