verre Maastricht. De rit duurde tweeënhalf uur maar de dammers waren
mooi op tijd aanwezig op locatie en het weer was lekker zonnig in het
Zuiden. Dus de voortekenen waren uitstekend voor een geslaagde
dammiddag.
Geen vuiltje aan de lucht. Ook niet voor Bert Foppen die de eerste winst
pakte tegen Dennis Joosten. Na een strijd om het centrum in de opening
koos Joosten met zwart ervoor om het aanvalsveld 27 te bezetten. Maar
omdat hij eerder in het spel zijn schijf op 2 had opgespeeld stond de
aanvalsschijf van Bert aan de andere kant, op 24, er zeker zo goed. Een
paar zetten later overschatte de zwartspeler duidelijk zijn stelling
door ook nog een aanvalsschijf op 28 bij te plaatsen (21.23-28?). Het
resulteerde al binnen een zet of acht in de eerste nul voor de
Limburgers, want tegen de dreigingen van wit – die zijn formaties
opbouwde en geduldig wachtte – was geen kruid meer gewassen. Een goede
technische overwinning van Bert!
Twee remises volgden. Op bord vijf speelde Fred Elgersma met zwart tegen
Julien Kumbi een partij waarin wit weliswaar het centrum pakte maar ook
enkele curieuze opbouwzetten liet zien. Vooral de voor altijd
prijsgegeven controle over veld 42 viel daarbij op. Fred speelde
richting dat zwakke punt, maar toen de nood op het hoogst was toonde de
witspeler zijn creativiteit. Hij stootte mooi op tijd door naar veld 23,
en kwam tot een uitwisseling die hem voorlopig weer lucht verschafte.
Toch bleef Fred duidelijk aan de leiding gaan in het vervolg. Een
alternatief idee in vergelijking met de partij was 39.9-14: en dan met
veld 2 naar 13 gaan, of (na 34-29×29) met 11-17 tempo maken met de
aanval waarbij wit moeilijker kan tegenstribbelen op de andere bordrand.
De vraag is verder of 45.21-27×27 wellicht te vroeg is. Eerst 8-13 en
dan hetzelfde plan levert extra goede plannen op. En, niet onbelangrijk,
wit kan het op meer manieren onhandig aanpakken. Zo loopt de zwartspeler
in de variant 45.8-13 46.45-40 21-27×27 38-32×42 de witspeler onder de
voet. (Zwart kan dan kiezen voor varianten met 22-27, of ook met 13-19.)
In de partij had het splijtende 48.22-28 waarschijnlijk winst opgeleverd
voor Fred. In de partij speelde wit gedwongen zetten maar haalde daarmee
wel de remise nog binnen.
Ook hele goede kansen kreeg Ruurd Wuestman, tegen Harry Velraeds. De
zwartspeler uit Limburg deed het met 13.17-22 net iets anders dan Rudi
Claes versus Jan Hendrik Kok, eerder dit seizoen (tegen DIOS speelde
deze 13.1-6). Ruurd reageerde met 14.37-31 en liet de zwarte ruil naar
36 toe (41-36 was een prima alternatief). Overigens moet wit oppassen:
mocht zwart na 37-31 (11-17) spelen, dan mag 30-24×24? niet vanwege een
dam: 6×46.
In de partij speelden beiden positief: zwart probeerde terreinvoordeel
te verkrijgen, wit bewaakte zijn structuur en kwam mooi op tijd in actie
in het centrum, met 33-28-23. De witte centrumstand bleek in de partij
erg krachtig met groot voordeel rond de 40e zet voor Ruurd. 41.28-22
luidt een sterke aanval in tegen zwarts korte vleugel. Een zet later had
wit een combinatie kunnen nemen met: 42.37-31, 38-32, 47-41, 44-40 en
34×3. Die ziet er zeer goed uit, maar de computer vind het toch remise
na (24-29) en (25-30). Een grote kans op een overwinning liet Ruurd
liggen met 44.27-21! Dat is beter dan het gespeelde 44.44-40 waarbij
zwart na de afgedwongen terugruil meer tegenacties weet te organiseren.
Winst was er wel voor Jan Hendrik Kok tegen Janus de Vries die met wit
fris openingsspel liet zien. Met 9.20-24×24 timede Jan Hendrik heel
goed, en verraderlijk. Als wit denkt dat hij makkelijk een 2-om-2
ruiltje terug kan nemen dan schrikt hij na 21-27, met schrijfverlies of
een dam op 46. Fraai! Op de 19e zet speelde Janus wel veilig de
terugruil, maar daarna was het voordeel duidelijk voor Jan Hendrik: na
21.11-17 staat wit onder (dreigende) druk. Zwart deelde de lakens uit en
breidde zijn voordeel stap voor stap uit. 42.42-38 lijkt een beslissende
positionele fout. Wit had de ruilmogelijkheid 31-27×27 (met handige
offerachtige varianten) langer moeten handhaven. 45.38-33? is verloren.
Hier had wit hoe dan ook 45.30-25×24 moeten doen. Achter het bord dacht
Jan Hendrik ook dan te gaan winnen, maar bij thuisanalyse bleek dat nog
niet mee te vallen na de verrassende variant (10-15), 39-33 (14-19),
34-30? (23-29) (en wit heeft geen goed tempo).
Henry Offenga stond op de 20e zet goed tegen Karel Leemreize maar
speelde toen 39-34. De druk opvoeren en de controle handhaven met
21.31-27 was beter geweest. Kan zijn dat wit zich al verheugde op de
fraaie lokzet met 22.49-44?! De vraag is of zwart de dam mag nemen met:
(21-27), 31×22 (13-18), 22×24 (20×49) en dan 28×10 (15-20), 25×14
(4×15), 30-25 (9×20), 25×14?
Na dit adrenaline moment verliep de partij lange tijd ogenschijnlijk
rustig. Toch is het klassiekje na 37.18-23 gevaarlijk voor zwart: wit
controleert de lange vleugel en een uitval naar het kerkhofveld geeft
wit veel aanknopingspunten. Alternatief was dan ook 37.16-21 geweest. In
de partij, met 43.28-22 (zwart kan meteen naar voren ruilen), lijkt wit
het voordeel uit handen te geven (43.39-34×34 is beter). Maar Leemreize
liet zich toch nog vastzetten en blunderde tenslotte vreselijk. 48.9-14
is misschien nog goed voor benauwde remise.
Opvallend vredig verliep de partij tussen Eric Conrad tegen Joras
Ferwerda. Toch stond wit na het goed op tijd gespeelde 33.33-28
weldegelijk beter. In de partij was de ruil op de 38e zet naar voren
zeker een winstpoging waard geweest. Na de terugruil echter kabbelde de
partij naar remise.
Het team uit Harderwijk had vleugels in Limburg. Jan Willem Hoeve zat
uiteindelijk ook aan de goede kant van het bord en won van Dick Huitink.
11.38-32 is niet speciaal fraai maar prima speelbaar (11.45-40 is
theoretisch de meer bekende zet en later opstoten met 28-23!). Er
ontspon zich een interessante strijd: wit zette een wat logge
flankcentrumaanval op en zwart zocht samenhangend omsingelingsspel en
kansen op de andere bordhelft. Na de 30e zet speelde zwart richting de
lastige binding van wit met 24 en 35. Het pakte goed uit want Huitink
miste een 3-om-3 op de 39e zet (hoewel 39.37-32, 21-27×27 er op het
eerste gezicht ook niet appetijtelijk uitziet voor wit). Hoe dan ook: in
de partij verdedigde wit zich taai. Wits 44e zet 25-20! is de
compensatie naar remise. Wit had zichzelf met een punt kunnen belonen
via 58.24-20! en 59.4-15. Maar hij bezweek alsnog onder de aanhoudende
druk. Jan Willem had nog een geniepig eindspel in petto voor de winst:
let op schijf 3!
Uiteindelijk kwam 4-12 als eindscore op het bord. Kees de Jong speelde
met wit enigszins onorthodox maar wel sterk tegen Andy Damen. Op de 28e
zet moet zwart heel goed oppassen voor combinaties maar speelde
uiteindelijk goed 28.10-14! De zwartspeler had lange tijd makkelijk
spel, maar Kees counterde in de tweede partijhelft weer ouderwets. Zeker
na 40.14-19 zijn de kansen totaal aan wit. Kees had de kroon op zijn
werk kunnen zetten met het sterke 45.26-21! omdat tussenlopen niet mag
door de meerslag 29-23! De volgende zet loopt wit wel met 32-28 op en na
de 2-om-2 kan wit in het afspel snel en goed richting de damlijn.